24 februari 2021

Ik loop door het park, zoals elke morgen. Het is nog stil, de zon piept net door de bomen. De paarse en gele krokussen lichten op tussen de laatste dorre bladeren. De eerste gele bloesem is zichtbaar aan de takken. Zie ik nou al een lichtgroene waas aan de bomen, of verbeeld ik me dat maar? Ik weet, opeens is het zover; dan kleuren de bomen in razend tempo in alle soorten groen. Dan is de lente echt begonnen.

Mijn lieve doggiedogsel loopt met z’n slingerkontje voor me uit, hij kent de route. Ik ga niet zo snel vandaag. Ik slenter door de rozentuin, die nog in winterslaap is. Ik fluit, eerst zachtjes en steeds luider, het klarinetconcert van Mozart. Een wonder. Het is een wonder. Ik ben er nog. En ik mag het wéér meemaken. Het licht.

Ik heb last van de lente blues, nou ja ‘last’, ik héb ze gewoon. Het wordt weer licht, de dagen lengen, ik hoor de eerste Merels, mijn lievelings. Karel, zoals mijn moeder en ik elke Merel noemen, zingt nog bescheiden en ingetogen, het lijkt of hij moet wennen aan zijn eigen prachtige sonates. Bij het eerste Merelgezang werden we vroeger altijd door mijn moeder het terras op gedirigeerd; het ontroert me elk jaar weer.

En dan dat licht. Ik mág weer. Ik ben er nog en ik ga wéér een voorjaar in, een zomer vol bloeiende bloemen meemaken, we gaan weer op pad, ik voel de zon weer op mijn huid. Ik voel me onvoorstelbaar dankbaar dat ik weer getuige mag zijn van al dat moois van de natuur, van het leven. Ik voel me gedragen door het lot dat me goedgezind is. Ik voel me verlicht.

Wereldkankerdag: De balans van geheime kampioenen

4 februari 2021

Train je brein net zoals je lichaam, is het advies aan topsporters (de Volkskrant, 4 februari). In het nieuwe boek De geheime balans van kampioenen komen topsporters en deskundigen aan het woord over je brein als belangrijkste gereedschap. Achter het woord ‘balans’ gaat veel schuil, volgens een sportpsycholoog. ‘Het gaat om het evenwicht tussen de sporter en de mens, tussen fysiek en mentaal, tussen presteren en rust.’

Als ‘doorlever na kanker’ herken ik me hierin. Ik voel me al jaren topsporter. Naast het fysieke aspect van leven met een ongeneeslijke ziekte, vergt de mentale acrobatiek dagelijkse training in uithoudingsvermogen, omgaan met tegenslag, focus, luisteren naar je lichaam, omgaan met angst en rust nemen. Kiki Bertens vraag zich terecht af: wat wil ík? Ook wij kankertopsporters moeten onvoorstelbaar trouw zijn aan onszelf, luisteren naar ons lichaam en naar onze innerlijke stem. Je moet ‘mentaal vrij zijn’, zegt een oud-voetballer. Zeker! Want ‘als je mentaal onvoorbereid bent, eist dat fysiek zijn tol’, aldus een oud-honkbalster.

Over die fysieke tol doe ik geen uitspraken; ik ben geen arts, geen mens en geen kanker is dezelfde. Maar dat je door aandacht voor je mentale balans wél beter kunt omgaan met dat wat je overkomt, daar geloof ik wel in. Veel topsporters kwamen tot een opmerkelijk voor de hand liggend inzicht: probeer alleen dat te veranderen waar je invloed op hebt. Eureka! Klinkt bekend in de oren…

Een boek over de mentale balans van ongeneeslijk zieken zou vandaag, op Wereldkankerdag, als titel verdienen: De balans van geheime kampioenen.

15 januari 2021

Een lezer herkent zich in mijn essay en reageert: ‘Omdat ik vanuit mijn diepste wezen kan voelen waarom ik hier op aarde ben, wat ik wil en wat ik anderen en mezelf wil geven.’

Inderdaad. Het besef van het einde maakt juist dat ik meer geniet dan ooit van het leven, dat ik het soms wil uitschreeuwen van geluk. Ik merk ook dat, gelukkig sporadisch, dit niet altijd wordt gewaardeerd. Pijnlijk, want het voelt of de ander mij en ons dan niet bekijkt met een liefdevolle maar een oordelende houding van ‘Doe niet zo overdreven, stel je niet aan’ of iets in die trant. Zonder liefdevolle blik zijn wij inderdaad een soort van ‘blije idioten die graag alles willen laten zien’. Klopt, helemaal waar. En gelukkig maar.

Want wij weten wat de andere kant van de medaille is, zoals nu: vandaag krijg ik de driemaandelijkse botversterkers via het infuus in het ziekenhuis, daarna loop ik met het infuus in m’n arm door naar de scan. Ik ben bang deze week, huilerig, ‘doe moeilijk’ naar Wim, voel allerlei pijnen, lig ervan wakker. Het is weer een hele klus om deze tijd door te komen. En als… als… áls dan de uitslag volgende week ‘stabiel’ is, ja, dan gooien we deze extreem stressvolle dagen weer als een muntje over de schouder: dan gaan we weer ‘los’, léven to the max, doen alles wat God verboden heeft, hoe je het maar noemt.

En mensen zonder liefdevolle, begripvolle blik die gooi ik graag - als eerste - mee over de schouder.